top of page
Image by Markus Winkler

Nieuws en informatie

What does the fox say?

Nieuws / blogs: Nieuws
Image by Mark König

Wind(stoten)

Steigers, materialen, materieel die door wind worden opgetild of verplaatst kunnen leiden tot materiele en fysiek letsel. Denk daarbij aan valgevaar, beknelling, geraakt worden door rondvliegende delen en aanrijdtgevaar.

Er bestaan enkele vuistregels voor windkracht. Denk er echter wel aan dat de informatie in de gebruikershandleidingen van fabrikanten leidend zijn voor arbeidsmiddelen die je gebruikt.

  • Windkracht 6 en hoger. Stop met werken in werkbakken, hangsteigers, rolsteigers en stoppen met hijsen van grote elementen. Werk ook niet meer op een ladder of trap.

  • Windkracht 7 en hoger. Stop met hijswerkzaamheden. Stop met werken op daken en stop met heien.

  • Windkracht 8 en hoger. Stop met werken op steigers.

 

Houdt ook de algemene regels in acht:

  • Houd de bouwlocatie opgeruimd.

  • Zeker bouwhekken tegen omvallen en omwaaien.

  • Plaats wegafzettingen.

  • Bevestig ladders en trappen aan vaste punten.

  • Zeker materiaal tegen omvallen, verschuiven of wegglijden.

  • Stapel materiaal niet te hoog op.

  • Open verpakkingen of verwijder bindmateriaal op het laatste moment.

  • Sla lichte materialen binnen op of verzwaar ze met ballast.

Om te weten met welke windkracht je te maken hebt en kunt krijgen zijn er diverse websites die je kunt raadplegen. Voorbeelden hiervan zijn www.knmi.nl. Ook windmeters kunnen behulpzaam zijn. Deze zijn onder andere te vinden bij mobiele kranen.

geld

Subsidieregeling VCA voor bol-studenten in de bouw

De cao-partijen vinden het belangrijk dat de Bouw & Infra een aantrekkelijke sector is en blijft om in te werken. Stages zijn daar een belangrijk onderdeel van. Als stagebieder een subsidie van maximaal € 300,- aanvragen als tegemoetkoming van de kosten van het VCA-diploma. Deze regeling kan aangevraagd worden door de stagebieder en wordt uitgevoerd door het Volandis Fonds.

Inhoud van de regeling

  • De hoogte van de subsidie bedraagt de werkelijke kosten (exclusief btw) zoals blijkt uit de kopie van de factuur, tot een maximum van € 300.

  • De subsidie moet binnen 6 maanden na factuurdatum worden aangevraagd. Na 6 maanden vervalt het recht op subsidie.

  • Stagebieder is verantwoordelijk voor het aanvragen van de subsidie, waarbij de bewijslast ten aanzien van de feiten en omstandigheden die recht geven op subsidie, rust op stagebieder.

  • Stagebieder is verplicht inzage te verlenen in alle documenten en verder alle inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor de uitvoering en controle van wat in dit reglement is bepaald.

Een stagebieder heeft recht op subsidie ter dekking van (een deel van) de kosten van een VCA-diploma voor een stagiair wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • Stagebieder heeft met de stagiair een stageovereenkomst afgesloten, waarin is vastgelegd dat de ‘Stageregeling bouw & infra’ (bol2, bol3, bol4) of de ‘Stageregeling assistent bouwen, wonen en onderhoud’ (bol1) van toepassing is.

  • Stagebieder heeft in de stageovereenkomst vastgelegd dat de stagiair over een VCA-diploma dient te beschikken en dat de kosten voor het behalen van het VCA-diploma voor rekening zijn van de stagebieder.

 

Bezoek www.voldandis.nl voor meer informatie over subsidie

Bezoek www.Studium.nl/opleidingen/logistiek-veiligheid/cursus-vca-basis-b-vca/ voor VCA trainingen

Image by Markus Spiske

ARIE

Bedrijven welke werken met gevaarlijke stoffen dienen deze te registreren. Is de hoeveelheid (vanaf 1,5 ton) dusdanig groot dat de deze boven de drempelwaarden uitkomen dan is het bedrijf ARIE-plichtig. De drempelwaarde zijn benoemd in bijlage 1 van Arbeidsomstandighedenregeling als uitwerking op artikel 2,3 lid 1 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Deze bedrijven moeten zich als ARIE-bedrijf melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Vanaf 1 januari 2023 is een herziene ARIE-regeling van kracht. Deze herziene ARIE-regeling, inclusief bijlagen, is gepubliceerd op wetten.overheid.nl.  Vanaf 1 januari 2024 komt de overgangstermijn ten einde. Vanaf dat moment moeten alle ARIE-plichtige bedrijven aan alle verplichtingen uit de ARIE-regeling voldoen.

Image by Heike Trautmann

De verplichte vertrouwenspersoon

Volgens cijfers van de Arbeidsinspectie krijgen ruim 1,2 miljoen mensen jaarlijks te maken met ongewenst gedrag op de werkvloer. Meer dan een kwart van die medewerkers heeft geen idee wie ze daarover kunnen aanspreken of bij wie ze moeten zijn. Niet vreemd, want op dit moment heeft slechts de helft van de organisaties in Nederland een vertrouwenspersoon. Terwijl een vertrouwenspersoon aantoonbaar helpt bij het terugdringen van ongewenste omgangsvormen op de werkvloer. En daarmee bijdraagt aan een veilige werkomgeving voor alle werknemers.


Het initiatiefwetsvoorstel in verband met het verplicht stellen van een vertrouwenspersoon voor bedrijven vanaf 10 werknemers is op 23 mei 2023 aangenomen door de Tweede Kamer. Alle bedrijven zijn volgens de Arbowet sowieso verplicht om hun werknemers te beschermen tegen psychosociale arbeidsbelasting. Zij moeten hiervoor een beleid opstellen en ook daadwerkelijk uitvoeren.


De werkgever dient hiervoor de contactgegevens van de vertrouwenspersoon binnen het bedrijf bekend te maken. Een medewerker die op zijn werk last heeft van ongewenst gedrag kan de vertrouwenspersoon vervolgens zelf inschakelen, zonder de leidinggevende in te lichten. De vertrouwenspersoon zal met de werknemer het probleem bespreken. Dan komen de mogelijke vervolgstappen aan bod. Alles wat besproken wordt, valt onder het beroepsgeheim en is vertrouwelijk. Samen zoeken ze naar manieren om met ongewenst gedrag om te gaan. De vertrouwenspersoon is er dus als onafhankelijk luisterend oor voor werknemers. Maar hij biedt ook ondersteuning bij het bespreekbaar maken van het probleem binnen de organisatie.

Image by Ömer Haktan Bulut

Opleiding bij werken met onder andere PUR en kitten

Voor medewerkers die met polyurethaan (PUR) werken is een verplichting op komst: zij moeten voortaan een opleiding hebben gevolgd. 

In PUR zitten stoffen genaamd di-isocyanaten. Dit zijn gevaarlijke stoffen die kunnen zorgen voor allergieën. Het geldt alleen voor producten met meer dan 0,1 gewichtsprocent di-isocyanaten. Raadpleeg daarom het veiligheidinformatieblad (VIB) bij het product of de leverancier.

Iedere medewerker die met di-isocyanaten werkt moet succesvol een training hebben afgerond. De verantwoordelijkheid om dit te registreren ligt vanaf die datum bij de werkgever. De leverancier wordt verplicht een training aan te bieden, terwijl de werkgever de verantwoordelijkheid heeft dat zijn medewerkers deze training daadwerkelijk volgen. De opleiding moet iedere vijf jaar worden herhaald

 

De nieuwe wet- en regelgeving geldt voor medewerkers die PUR , kitten vernissen etc. aanmaken en aanbrengen. Bij het bewerken van uitgeharde PUR en schuimen, zoals bij het boren in PUR-schuim geldt de verplichting niet.

Bouwvakkers aan het werk

Werken op hoogte

De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft veilig werken in de zonne-energiesector benoemd tot een speerpunt. Er werden de afgelopen jaar honderden meldingen van arbeidsongevallen geregistreerd bij de installatie van zonnepanelen. Inspecties en ongevalsonderzoeken leidden tot de conclusie dat op grote schaal veiligheidsvoorschriften niet of niet genoeg worden nageleefd.

Maar liefst zeven op de tien installateurs overtreden de wettelijke regels, concludeerde de Arbeidsinspectie. Werkgevers meldden 40 ongelukken sinds 2019. Vier ongevallen waren dodelijk, bij de helft was sprake van botbreuken, bij 20 procent van hoofdletsel, bij 10 procent van blijvende schade. In 80 procent van de gevallen lag de oorzaak in een val, door of van het dak.

 

Vanaf een stahoogte van 2,5 meter spreken we over werken op hoogte.  Een trap wordt niet gezien als (vaste) werkplek. Slechts in uitzonderlijke gevallen waarbij er een beperkte project- en statijd is mag er op een trap gewerkt worden. Een steiger is wel een goede oplossing zoals deze opgebouwd is door deskundig personeel.  Een stijger is een collectieve maatregel waarbij iedereen beschermd is.

Wanneer een stijger niet mogelijk is kan er voor individuele maatregelen worden gekozen. Denk daarbij aan een valharnas. Het is belangrijk dat werknemers geschoold zijn en instructies (toolboxen) ontvangen over het werken op hoogte. Ook het houden van toezicht op de instructies en het elkaar aanspreken op onveilig gedrag zorgt ervoor dat we aan het einde van de dag weer veilig huiswaarts kunnen.

Image by CHUTTERSNAP

Persoonlijke gasdetectie

Werk je in een besloten ruimte? Is er wel genoeg zuurstof.. Wellicht ben je werkzaam met natuurlijke koudemiddelen zoals propaan (explosiegevaar) of Co2 (bedwelmingsgevaar) of ammoniak (verstikkingsgevaar).


Gasdetectie in een potentieel gevaarlijke omgeving is essentieel. Het kan hierbij gaan om het detecteren van giftige gassen of van brandbare gassen vanwege explosiegevaar. Ook zijn er persoonlijke beschermingsmiddelen die het ontbreken van gassen detecteren, zoals bijvoorbeeld de afwezigheid van zuurstof. 

Bij installaties in een (technische) ruimte is vaste gasdetectie vereist. Persoonlijke gasdetectie is vereist voor eenieder die werkzaamheden in de nabijheid of aan een installatie gaat doen of handelingen uitvoert om gassen te vullen of onttrekken.


Let goed op dat je de juiste gasdetectiemeter gebruikt! Vaak zijn de gasdetectiemeters maar geschikt voor 1 gassoort. Kijk ook goed of de persoonlijke meter is gekeurd en gekalbireerd en test deze voor je de ruimte betreed. Omdat sommige gassen zwaarder zijn dan zuurstof en andere lichter dien je de gasdetectie altijd op borsthoogte te dragen.

Image by AbsolutVision

Duurzame inzetbaarheid

Met de vergrijzing van de Nederland arbeidsmarkt speelt het begrip duurzame inzetbaarheid in steeds meer organisaties. Met een steeds hogere pensioenleeftijd is het voor werkgevers steeds uitdagender om werknemers fysiek en mentaal optimaal inzetbaar te houden. Het vitaliteitsbeleid is er dan ook op gericht mensen tot hun pensioen gezond, gelukkig, productief en bekwaam aan het werk te houden.

 

Duurzame inzetbaarheid gaat over de samenwerking tussen het bedrijf en de werknemer om gezamenlijk een loopbaan te organiseren waarbij werknemers gemotiveerd en gezond blijven en van toegevoegde waarde blijven voor de organisatie. Het gaat hierbij niet alleen om oudere werknemers maar ook om functies welke door oa de digitalisering zullen verdwijnen. Om werknemers te ondersteunen in wat zij nodig hebben om zich te kunnen blijven inzetten zijn diverse mogelijkheden.

  • Hulpmiddelen aanbieden om werk te verlichten

  • Deeltijd inzetbaarheid

  • Hybride werken

  • Taakroulatie of taakverbreding

  • Functie- of loopbaan wijziging

Nu het eind van het jaar nadert houden veel organisaties functioneringsgesprekken met de werknemers. Een uitgelezen kans om de loopbaan aanpassingen bespreekbaar te maken!

Image by Amol Tyagi

Belastingvrije Arbovoorzieningen

Arbovoorzieningen zijn onbelast (fiscaal gericht vrijgesteld genoemd). Hierbij maakt het niet uit of u deze arbovoorzieningen vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt en of uw werknemer de voorziening op de werkplek gebruikt of niet. Het gaat om de volgende voorzieningen: ​


De arbovoorzieningen moeten wel aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De arbovoorzieningen hangen samen met verplichtingen op grond van de Arbeidsomstandighedenwet. 

  • De arbovoorzieningen hebben in de eerste plaats een gezondheidsbevorderend effect en zorgen daarnaast voor een gezonde werkplek of beperken de gezondheidsrisico’s die samenhangen met de arbeid

  • De werknemer gebruikt de voorzieningen (gedeeltelijk).

  • De werknemer betaalt geen eigen bijdrage voor de voorzieningen.


Het gaat bijvoorbeeld om: Een veiligheidsbril met geslepen glazen voor een lasser, een zonnebril voor een chauffeur , speciale isolerende of beschermende kleding voor een bouwvakker , een verplichte medische keuring voor offshore werk , een aanstellingskeuring voor de duiker, een geneeskundig of arbeidsgezondheidskundig onderzoek, een second opinion of een griepprik in het kader van preventie- en verzuimbeleid, een EHBO-cursus die in redelijkheid deel uitmaakt van uw calamiteitenplan. Dit geldt ook voor herhalingscursussen en bijscholing 


Een cursus stoppen met roken valt niet langer onder de gerichte vrijstelling van de arbovoorzieningen.

Het vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen van arbovoorzieningen in de werkruimte thuis is tevens onbelast als wordt voldaan aan de bovenstaande eisen. ​De thuiswerkplek kent dus geen onderscheidt tov de kantoorwerkplek.  

Manager en werknemer

De rol van de preventiemedewerker

De regels voor werkgevers staan in de Arbowet (officieel de Arbeidsomstandighedenwet). Niet alleen de werkgever heeft verplichtingen, ook de werknemer moet zich aan een aantal regels houden. Dit vooral om ziekte en verzuim te voorkomen (preventie). Op 1 juli 2017 is de Arbowet vernieuwd. De preventiemedewerker heeft een centrale rol in de Arbowet. Een preventiemedewerker zorgt voor goede werkomstandigheden en werkt aan duurzame inzetbaarheid.

Iedere organisatie met personeel is verplicht om minimaal één (eigen) preventiemedewerker aan te stellen.

De preventiemedewerker dienst aangesteld te worden en gekend te zijn in de organisatie. Vaak neemt een werknemer van KAM of HR deze rol op zich omdat deze de diverse rollen, taken en werkzaamheden in het bedrijf kent en diverse risico's kan identificeren. 

De preventiemedewerker heeft in ieder geval drie wettelijke taken (art 13 arbowet):

- Het ondersteunen van de werkgever om optimale arbeidsomstandigheden te realiseren. Dit gebeurt via de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).

- Het adviseren en nauw samenwerken met de arbodeskundigen en de ondernemingsraad (OR) / personeelsvertegenwoordiging over de te nemen maatregelen voor een goed arbeidsomstandighedenbeleid.

- Het (mede) uitvoeren van arbo-maatregelen.

Digital Work Life

De Risico Inventarisatie en Evaluatie

Elk bedrijf in Nederland met 2 werknemers of meer is verplicht een actuele Risico Inventarisatie en Evaluatie (RIE) te hebben. De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) verplicht iedere werkgever om een arbobeleid te voeren dat zo veel mogelijk gericht is op optimale arbeidsomstandigheden. Het opstellen van de RI&E is opgenomen in Artikel 5 van de Arbowet. Deze RI&E dient periodiek opnieuw vastgesteld te worden als daar aanleiding toe is. Denk aan nieuwe werkmethodes, machines, een verhuizing of een ongeval. 

Het toezicht op het hebben van een actuele RI&E wordt uitgevoerd door de Inspectie SZW (Arbeidsinspectie). Bij afwijkingen van de wettelijke bepalingen mag de inspectie verschillende maatregelen nemen. Enkele voorbeelden zijn het geven van een waarschuwing, het opleggen van een boete aan werkgever of werknemer en het werk geheel stilleggen. In gevallen waarbij werknemers komen te overlijden is het gebruikelijk dat er zelfs een strafrechtelijk onderzoek wordt gestart. Voor werkgevers kan dit verstrekkende gevolgen hebben.

De RI&E vormt als het ware het fundament van uw arbobeleid. Pas als u weet waar de risico’s liggen in uw bedrijf, kunt u de juiste maatregelen nemen. Met behulp van de RI&E krijgt u voor uzelf scherp waar u mee aan de slag moet en op welke manier. Met een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) worden de veiligheids- en gezondheidsrisico’s binnen een bedrijf in kaart gebracht. Daarna wordt er een plan gemaakt om de risico’s weg te nemen of te beperken.

 

Ook werknemer hebben een rol als het gaat om veilig en gezond werken. Bij voorkeur werken werknemers en werkgevers actief samen om een veilige en gezonde werkplek te houden. Samenwerking met de preventiemedewerker, arbo-arts en OR zorgen voor een breed perspectief en draagvlak voor het verbeteren van de arbeidsomstandigheden.

De RI&E en Plan van Aanpak zullen na vaststelling wel dan niet getoetst worden door een kerndeskundige. 

Let op de onderstaande toetsingscriteria:

  • Heeft u een organisatie < 25 werknemers en geen VCA/VCU certificaat? Dan voldoet een branche RIE zonder toetsing voor een kerndeskundige. Indien u afwijkt van de branche RI&E dan dient deze wel getoetst te worden door een kerndeskundige!

  • Heeft u een organisatie < 25 werknemers en bent u VCA/VCU gecertificeerd? Dan voldoet de branche RIE maar dient deze wel gekeurd te worden door een kerndeskundige (norm eis).

  • Heeft u een organisatie > 25 werknemers dan dient u ten alle tijden de RI&E te laten toetsen door een kerndeskundige (arbowet). Wij nemen u dit graag uit handen door gebruik te maken van ons netwerk

Image by Cesar Carlevarino Aragon

Keuren van arbeidsmiddelen

Arbeidsmiddelen kunnen een risico vormen voor de gebruiker en omstanders. De keuring voor opsporing van verslechtering van arbeidsmiddelen moet daardoor periodiek plaatsvinden.

In het Arbobesluit is het volgende gedefinieerd:

“Een arbeidsmiddel dat onderhevig is aan invloeden die leiden tot verslechteringen welke aanleiding kunnen geven tot het ontstaan van gevaarlijke situaties wordt, zo dikwijls dit ter waarborging van de goede staat noodzakelijk is, gekeurd, waarbij het zo nodig wordt beproefd”.

Hoe vaak gekeurd moet worden, hangt dus af van het soort arbeidsmiddel en de intensiteit van het gebruik ervan. Regelmatig keuren waarborgt de deugdelijkheid van het arbeidsmiddel en de goede staat. In de toelichting van het Arbobesluit is minimaal één keuring per jaar als richtsnoer gegeven.


Het is raadzaam om de uitkomsten van de risico-inventarisatie en-evaluatie (RI&E) te betrekken bij het bepalen van de keuringsfrequentie voor elk arbeidsmiddel dat in gebruik is. De werkgever bepaalt zelf door wie hij zijn arbeidsmiddelen laat keuren. Voorwaarde daarbij is dat dit door een deskundig persoon of instelling wordt gedaan. Dit kan bijvoorbeeld een onafhankelijke keuringsinstantie zijn, een onderhoudsdienst van een leverancier of de technische dienst van het bedrijf zelf indien werknemers als keurmeester gekwalificeerd zijn.

De organisatie moeten bewijsstukken kunnen tonen van de uitgevoerde keuringen. Hiermee kan bij de toezichthouder - de Inspectie SZW - worden aangetoond dat aan de keuringsverplichting is voldaan.

Image by Colin Davis

Testen op drugs- en alcoholgebruik

Vanwege privacy en lichamelijke integriteit kunnen werkgevers niet zomaar alcohol en drugstesten uitvoeren of verplichten aan haar werknemers. Werknemers mogen uitsluitend op het gebruik van alcohol of drugs worden getest -tijdens werktijd- indien daar een wettelijke grondslag voor aanwezig is of indien de werknemer daarmee instemt. Die wettelijke grondslag is er bijvoorbeeld bij piloten, machinisten en heftruckbestuurders waarbij de veiligheid in het geding is bij het gebruik van drugs- en/of alcohol.

Als organisatie kun je wel een alcohol en drugsbeleid voeren op grond van het instructierecht (art. 7:660 BW). Overigens speelt de ondernemingsraad (OR) een belangrijke rol bij de vaststelling van dergelijk alcohol- en drugsbeleid. De OR heeft namelijk op basis van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) instemmingsrecht ten aanzien van een regeling op het gebied van arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim of re-integratiebeleid. Daar valt drugs- en alcoholbeleid/een drugs- en alcoholregeling ook onder. In het beleid moet hiernaast voldoende aandacht zijn om de inbreuk op de privacy (AVG-wet) van de werknemer tegen gaan.

Image by Hennie Stander

De Arbeidstijdenwet

In de Arbeidstijdenwet staan regels voor de werk- en rusttijden van medewerkers van 18 jaar en ouder. Als werkgever moet je deze regels naleven - niet alleen om de gezondheid en veiligheid van je medewerkers te beschermen maar ook om ze de ruimte te geven om hun werk- en privéleven goed te combineren.

 

De Nederlandse Arbeidsinspectie (I-SZW) is verantwoordelijk voor de handhaving van de regels. In de Arbeidstijdenwet staan onder andere de regels over werktijden, rusttijden, pauzes en nachtdiensten.

In de Arbeidstijdenwet staat bijvoorbeeld dat u maximaal 12 uur per dag mag werken. Voor een langere periode geldt het volgende: Over een periode van 4 weken mag u gemiddeld 55 uur per week werken. Bij cao of bedrijfsregeling mag hiervan worden afgeweken, maar u mag nooit meer dan 60 uur per week werken.

Verdient een werknemer 3 maal het minimumloon of meer? Dan geldt de Arbeidstijdenwet niet. Voor kwetsbare groepen gelden aangepaste regels voor arbeidsomstandigheden en werk- en rusttijden.

 

Onder kwetsbare groepen worden verstaan:

  • kinderen en jongeren (jonger dan 18 jaar)

  • ouderen

  • zwangere & pas-bevallen vrouwen

  • vrouwen die borstvoeding geven

  • gehandicapten

  • zieke werknemers

  • buitenlandse werknemers

 

In de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) dient er specifiek aandacht te zijn voor kwetsbare groepen werknemers. Naast arbeidstijden mogen kwetsbare groepen ook niet alle werkzaamheden uitvoeren. Denk hierbij aan tillen, werken met gevaarlijke stoffen of het hanteren van zware machines.  

Doctor Office

PMO en open spreekuur

Simpel gezegd is het PMO een gezondheidscheck voor medewerkers. Het biedt inzicht en duidelijkheid over de mentale en fysieke gezondheid met mogelijke risico’s op verzuim. Het doel van een Preventief Medisch Onderzoek (PMO) is het vroegtijdig signaleren en voorkomen van arbeid gerelateerde klachten voor uw medewerkers als gevolg van risico’s in het werk. Daarnaast is het een goed middel om medewerkers bewust te maken van hun eigen gezondheid en zodat zij regie kunnen nemen over het verbeteren van hun leefstijl.

De werkgever moet zijn werknemers volgens artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet een PAGO aanbieden. Doel van dit onderzoek is het zoveel mogelijk voorkomen van de risico’s die de arbeid voor de gezondheid en de veiligheid van de werkenden met zich meebrengt.

Het verschil tussen een PMO (preventief medisch onderzoek) en een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) is dat een PMO breder is geïnitieerd. Bij een PAGO zal het onderzoek zich voornamelijk richten op de fysieke gesteldheid van werknemers. Bij een PMO worden de fysieke en mentale risico’s van de werkplek, de werkomgeving, arbeidsmiddelen, taken en de leefstijl van werknemers getoetst worden.

De Risico-inventarisatie en Evaluatie (RI&E) en het bijbehorende Plan van Aanpak is een belangrijke bron van informatie voor de invulling van het PMO. Hiernaast heeft de bedrijfsarts een adviserende rol bij de totstandkoming van de definitieve inhoud van het PMO. Werknemers hebben namelijk het recht om uit eigen beweging een bedrijfsarts te raadplegen via een arbeidsomstandighedenspreekuur. De bedrijfsarts kan hierdoor arbeidsrisico’s op het spoor komen die misschien nog niet onderkend zijn. Bijvoorbeeld doordat bedrijfsartsen een patroon herkennen in de signalen die hen via dit spreekuur vanuit een bedrijf of afdeling bereiken.

bottom of page